De werking en techniek is dan gelijk aan een brandmeldsysteem:
- Het ontruimingssysteem wordt geactiveerd via een input: automatische brandmelder, handbrandmelder of manueel geactiveerd via de interface van de brandmeldcentrale.
- Het brandmeldsysteem activeert vervolgens de signaalgevers die aangesloten zijn op de lussen van het brandmeldsysteem.
Een type A ontruimingssysteem bestaat in de basis uit een separate geluidsinstallatie die gekoppeld is met de brandmeldcentrale. Een type A ontruimingssysteem dient een slow whoop signaal te kunnen geven en gebruikt te kunnen worden om een gesproken woord bericht te kunnen omroepen. De gesproken woord berichten kunnen ook vooraf opgenomen worden en afhankelijk van de sturing van het brandmeldsysteem omgeroepen worden.
Een type B ontruimingssysteem wordt meestal uitgevoerd met een brandmeldsysteem. De signaalgevers (voor het slow whoop signaal) worden dan aangesloten op de lussen van de brandmeldcentrale. Hierbij kan een signaalgever een apart lus element zijn of een geïntegreerd onderdeel zijn van een brandmelder. |


|
De onderdelen van een type A installatie zijn:
- Centrale apparatuur die de sturing verzorgt voor het activeren van het systeem en versterkers.
- Luidsprekers in vele varianten uit te voeren.
- Een bedienpaneel met microfoon voor het kunnen omroepen van berichten.
Een type A Ontruimingssysteem kan opgebouwd worden middels een netwerk, zodat voor grote locaties er minder bekabeling aangelegd behoeft te worden. De luidsprekers dienen hierbij middels functiebehoud te worden aangelegd; dit betekent o.a. dat de kabel een functiebehoudkabel dient te zijn of dat de luidsprekers op een lus-systeem worden aangesloten, waardoor met een reguliere kabel (en ophanging) volstaan kan worden (hetgeen een grote kostenbesparing impliceert). |
|
Aanvullend op akoestische signaalgevers kunnen ook optische signaalgevers worden toegevoegd aan het ontruimingssysteem om de aanwezigen extra te attenderen om het ontruimingssignaal. Voorbeeld hiervan zijn:
- omgevingen met veel achtergrondgeluid, zoals bij machines of muzieklokalen
- omgevingen waarin het ontruimingssignaal slecht gehoord wordt, zoals door mensen die doof zijn of een koptelefoon dragen (taalles).
De meeste type A en B installaties hebben hiervoor een geïntegreerde oplossing, zodat de flitser niet vanaf het brandmeldsysteem behoeft te worden aangestuurd, maar rechtstreeks door het ontruimingssysteem.
Verder zijn er al automatische melders op de markt waarin een spraakchip aanwezig is, die een voorgeprogrammeerde boodschap kan omroepen ter ondersteuning van de ontruiming. Opmerking: dit is dan nog geen type A installatie door o.a. het ontbreken van een omroepfaciliteit.
Een type A installatie kan -naast het gebruik voor een ontruiming- ook voor andere doeleinden worden gebruikt, zoals het omroepen van berichten en achtergrondmuziek. |