De volgende soorten noodverlichtingen zijn er:
- Vluchtroute verlichting
- Vluchtwegaanduiding
- Vluchtwegverlichting
- Anti-paniek verlichting
- Werkplekverlichting
Vluchtwegaanduidingen geven de vluchtwegen en uitgangen voor het verlaten van het gebouw aan. Deze aanduidingen dienen permanent te branden.
Vluchtwegverlichting verlicht de vluchtwegen naar de “vluchtweguitgangen” (vluchtwegaanduidingen). Deze verlichting dient enkel te branden ingeval de netspanning uitgevallen is. Hierbij dient de vluchtwegverlichting ook op bijzondere punten of plaatsen te worden aangebracht, bijvoorbeeld: bij EHBO-kasten, liftkamers, trappen en kruising van gangen (richtingsveranderingen).
Antipaniekverlichting wordt daar geplaatst waar veel personen samen kunnen komen, zoals vergaderzalen, expositieruimtes en kantines. Hierbij is geëist dat een minimale hoeveelheid licht aanwezig is, zodat een ieder zich kan oriënteren en de weg naar de vluchtroutes kunnen vinden.
Voor werkplekken waar het wegvallen van de verlichting een verhoogd risico met zich kan meebrengen, zoals werken met gevaarlijke stoffen of bewegende onderdelen, dient de werkplek extra verlicht te worden. Op deze manier kunnen de werkzaamheden veilig worden beëindigd en kan de werkplek worden verlaten.
De noodverlichting kan hierbij:
- Wel/niet permanent branden. Noodverlichting brandt permanent als bijvoorbeeld de nooduitgang altijd aangeduid dient te worden. Noodverlichting die niet permanent brandt, gaat alleen branden als de netspanning uitvalt.
- Voeding centraal of decentraal. Bij een decentraal systeem beschikt elke noodverlichtingsarmatuur over een eigen accu/batterij. Bij een centraal systeem worden alle armaturen ingeval bij nood via een centraal systeem gevoed (via een aparte voedingskabel).