| |
Signaalgevers, brandmeldpanelen en sturingen |
|
Indien een brand wordt gedetecteerd activeert de brandmeldcentrale de voorgeprogrammeerde sturingen. Hierbij zijn twee hoofddoeleinden te onderkennen:
- Informatieve doeleinden, teneinde alle aanwezige personen en/of instanties zoals de brandweer, te informeren dat er brand is gedetecteerd.
- Activerende doeleinden om in een brandsituatie verschillende systemen aan- e/o uit te schakelen teneinde de ontruiming te optimaliseren en verdere (milieu)schade te voorkomen.
Voor informatieve doeleinden komen de volgende systemen voor:
- Akoestische signaalgevers, in de vorm van een signaalgever of luidspreker met het slow whoop alarmsignaal; zie voor meer informatie “Ontruimingssystemen”
- Optische signaalgevers in de vorm van flitsers
- Koppeling met andere systemen, zoals de meldkamer van de regionale alarmcentrale (Brandweer), een particuliere alarmcentrale of een personenzoekinstallatie (pzi of in de volksmond de piepers) of een beheersysteem (pc) waarop in een geografisch figuur bijvoorbeeld alle melders die een brand detecteren zijn weergegeven; verder vervult zo’n systeem aanvullende functies ter optimalisering van het afhandelen van een brandsituatie: “de wat te doen lijst”.
- Brandmeldpanelen, waarop per zone wordt aangegeven waar de brand gedetecteerd is. Dit kan zowel in de vorm van een tekstpaneel (achter het ledje dat brand staat tekst, bijvoorbeeld 1e verdieping) of in de vorm van een geografisch paneel waarop het gebouw geografisch is weergegeven en in het bouwdeel (zone) waar de brand is gedetecteerd een ledje brandt.
Opmerking: puntmelders worden uit efficiëntie oogpunt veelal ook gecombineerd met signaalgevers, zoals: |
|
- Akoestische signaalgever:
- Met een slow whoop signaal of
- Met een spraakchip om een voorgeprogrammeerde boodschap om te roepen
- Optische signaalgever (flitser)
Voor activerende doeleinden komen twee soorten koppelingen voor:
- Op basis van contacten (verre weg het meest gebruikt); hierbij wordt een contact geschakeld door het brandmeldsysteem wat gedetecteerd wordt door het andere systeem waarop dan vervolgens in dat systeem voorgeprogrammeerde activiteiten plaatsvinden, bijvoorbeeld een liftsturing, waarbij het liftsysteem de lift naar de begane grond stuurt, de deuren opent en blokkeert voor verder gebruik.
- Op basis van seriële koppeling, veelal gebaseerd op een RS232/458 protocol met andere systemen of een Modbus/profibus koppeling voor PLC-achtige systemen (die dan weer andere sturingen activeert) of een OPC/Bacnet protocol voor gebouwbeheersystemen.
|
|
|
|
|