In het Gebruiksbesluit wordt geregeld wanneer een vluchtroute aanduiding verplicht is. Deze aanduiding moet in verkeersruimte aanwezig zijn (bijv. gangen) maar ook als er meerdere uitgangen zijn, dienen deze uitgangen voorzien te zijn van zogenoemde vluchtbordjes.
De vluchtroute aanduiding moet voldoen aan de eisen zoals ze gesteld zijn in de NEN-EN 1838 en de NEN 6088. Als de stroom uitvalt, moet de noodverlichting binnen 15 seconden ingeschakeld zijn en tenminste één uur, op vereiste sterkte, blijven branden. De groene bordjes bij de deuren moeten altijd branden als er personen in het gebouw aanwezig zijn. De noodverlichting en de vluchtwegaanduidingen mogen nooit aan het zicht onttrokken worden door bijvoorbeeld gordijnen.
In de NEN-EN 1838 staan de eisen voor de kleuren, de hoeveelheid licht dat wordt uitgestraald en de maximale kijkafstand vastgelegd. Om te garanderen dat bij een calamiteit of stroomuitval de vluchtwegen snel en duidelijk worden gevonden, is in de Bouwverordening het periodieke onderhoud geregeld. Bij verbouwingen van een pand moet ook goed gelet worden of de vluchtsignalering nog voldoet.