Onderhoudsproces
Op de pagina “Overzicht Regelgeving” zijn de verschillende normen beschreven die van toepassing zijn op het onderhoudsproces van brandbestrijdingsmiddelen.
Afhankelijk van uw situatie en aanwezige middelen zal dan een onderhoudsplan worden opgesteld, waarbij u zich kan laten adviseren door het erkende REOB onderhoudsbedrijf.
Veelal wordt hierbij het volgende onderhoudsplan gehanteerd. Van elke onderhoudsbeurt dient registratie in het logboek plaats te vinden.
Regelmatige controle door de gebruiker
De gebruiker moet alle blusmiddelen regelmatig inspecteren op zichtbare kenmerken zoals aanwezigheid, toegankelijkheid, bruikbaarheid, beschadigingen, mobiliteit en gebruiksaanwijzing.
Brandblustoestellen
Het blusmiddel moet jaarlijks worden gecontroleerd door een REOB-gediplomeerde monteur van een REOB-gecertificeerd bedrijf.
Bij een blusser zal o.a. de vulling en werking worden gecontroleerd.
5-Jaarlijks uitgebreid onderhoud door een deskundige
Blustoestellen worden een keer in de 5 jaar extra uitgebreid gecontroleerd en waar nodig wordt de vulling vernieuwd.
Revisie na 10 jaar door een deskundige
In het 10de jaar na productiedatum moet een blustoestel volledig worden gedemonteerd en hervuld. CO²-en drijfgascilinders worden op druk beproefd. Zo nodig worden onderdelen vervangen. Uit kostenoverweging kan het efficiënter zijn om een nieuwe blusser aan te schaffen (i.p.v. deze te laten hervullen).
Vervanging na 20 jaar
Na 20 jaar worden de blussers meestal afgekeurd.
Brandslanghaspels
Bij een haspel wordt daarbij ook de druk van het water en de doorstroom gecontroleerd.
Een aandachtspunt bij de brandslanghaspels is de mogelijke besmetting op de legionellabacterie. Om te voorkomen dat de brandslang voor oneigenlijke doeleinden wordt gebruikt, waarbij een legionellabesmetting zou kunnen ontstaan, worden de hoofdkranen van de brandslanghaspels verzegeld. Brandslanghaspels worden verder regelmatig na controle gespoeld om besmetting met de legionellabacterie te voorkomen. Ook dient de brandslanghaspel met een waarschuwingssticker “legionella” te zijn voorzien. De brandslanghaspel wordt tevens beproefd op de maximale werkdruk.
Droge blusleidingen
Droge blusleidingen worden o.a. op het volgende gecontroleerd:
- het nazien van de gehele leiding of er visueel gebreken aanwezig zijn;
- brandkraan controleren op aanwezigheid van handwiel, blinddeksel, spindel, goede staat rubbers;
- rubbers en spindel insmeren met smeermiddel;
- verder word gekeken naar de mogelijke inzet en opstelplaats van het brandweer voertuig of hier geen belemmeringen voor zijn.
Tijdens het onderhoud zal middels een sticker de controle worden geregistreerd.
Ook droge blusleidingen krijgen een extra controle. Het 5 jaarlijks beproeven van de droge blusleidingen omvat daarbij de volgende werkzaamheden:
- de inspectie van de 1 jaarlijkse controle
- het voedingspunt voorzien van aflees/meetapparatuur
- de leiding gedurende 5 minuten bij 24 bar op druk zetten
- leidingen en aansluitpunten controleren op lekkages
- de leiding geheel ledigen (eventueel via aftappunten)
- het opmaken van het beproevingsrapport welke dient te worden aangeboden aan de gemeente brandweer en de opdrachtgever