Verschillende wetgevingen en normen zijn van toepassing op brandmeldsystemen. Hieronder treft u een overzicht aan van de belangrijkste in relatie met brandveiligheid en brandmeldsystemen.
Bouwbesluit
Het Bouwbesluit bevat bouwtechnische voorschriften waaraan alle bouwwerken, zoals woningen, kantoren, winkels e.d. in Nederland minimaal moeten voldoen. De eisen hebben betrekking op veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu.
Met betrekking tot brandmelding en ontruiming wordt hierin veel aandacht besteed (lees: voorgeschreven) aan:
- De sterkte van de constructie van het gebouw
- De brandwerendheid van de gebruikte materialen
- Compartimentering: brand- en rookcompartimenten, teneinde een eventuele brand zodanig te compartimenteren dat de ontruiming van het pand “voorspelbaar” kan plaatsvinden;
- vluchtwegen, waarbij bijvoorbeeld - als een vluchtweg via een gebruiksruimte loopt - de eisen die voor vluchtwegen gelden ook gelden voor deze gebruiksruimte.
De grootte van de eis hangt dan weer voor een belangrijk deel af de gebruiksfunctie van het gebouw, zoals: woon-, industrie-, logies-, kantoor- of zorgfunctie. In het Bouwbesluit wordt niet geregeld wat voor type brand- of ontruimingsinstallatie geïnstalleerd moet worden. Dat wordt in het gebruiksbesluit geregeld.
Gebruiksbesluit
In het gebruiksbesluit is beschreven aan welke eisen voldaan moet worden, afhankelijk van de gebruiksfunctie. Hierin wordt o.a. – in relatie met de brandveiligheid - geregeld:
- Of u wel of geen vergunning dient aan te vragen;
- of uw brandmeldinstallatie wel of niet aangesloten dient te zijn op de meldkamer van de brandweer en daaruit voortvloeiend: dat er een door de bevoegde autoriteit (meestal brandweer) een ondertekend programma van eisen dient te zijn en een certificaat van de brandmeldinstallatie; verder wordt hierbij concreet verwezen naar de van toepassing zijnde normen, zoals de NEN 2535 (voor brandmeldinstallaties);
- de detectiegraad van uw brandmeldinstallatie, bijvoorbeeld volledige of gedeeltelijke bewaking van de ruimtes en het bijbehorende ontruimingssysteem: alleen slow-whoop, stil alarm of een ontruimingssysteem met ook gesproken woord mogelijkheden;
- de manier waarop de brandmeldinstallatie beheerd en onderhouden dient te worden.
Verder stelt het gebruiksbesluit veel eisen omtrent de inrichting van het gebouw (wat wel en niet mag, bijvoorbeeld het vrijhouden van vluchtwegen) of aan welke eisen u moet voldoen indien er opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.
Indien u zich op deze website bevindt, is het waarschijnlijk dat voor uw gebouw een gebruiksvergunning van toepassing is. In deze vergunning wordt opgesomd aan welke gebruiksfuncties toestemming wordt verleend en aan welke eisen u moet voldoen.
Vanuit het gebruiksbesluit wordt u een gebruiksvergunning gegeven. De belangrijkste doorverwijzingen in uw gebruiksvergunning hebben te maken met:
- de certificering (waarbij verwezen zal worden naar de Regeling Brandmeldinstallaties)
- de belangrijkste norm voor de projectering van de melders (de NEN 2535)
- de belangrijkste norm voor het ontruimingssysteem (de NEN 2575)
- de belangrijkste norm voor het onderhoud van uw installatie (de NEN 2654)
Regeling brandmeldinstallatie
In de regeling brandmeldinstallatie is beschreven hoe een brandmeldinstallatie initieel gecertificeerd en jaarlijks gehercertificeerd moet worden.
In dit document wordt ingegaan op het certificeringsproces en de bijbehorende documenten: Programma van Eisen, Rapport van Oplevering/Onderhoud en Certificaat.
Daarnaast wordt ingegaan op de segmentering: hoog, middel of laag, waaraan dan weer o.a. inspectie-eisen zijn gerelateerd, bijvoorbeeld: bij laag en midden horen steekproefinspecties; bij hoog altijd een inspectie door een geaccrediteerd inspectiebureau.
Verder wordt beschreven aan welke eisen worden gesteld aan:
- het branddetectiebedrijf (= erkend branddetectiebedrijf)
- het installatiebedrijf (=erkend installatiebedrijf)
- de projectering (=NEN 2535), de ontruiming (NEN 2575)
- de gebruikte producten (= elk gebruikt product moet een certificaat hebben, daarnaast moet er een systeemcertificaat zijn, waarin de werking van alle losse producten als systeem gecertificeerd is)
- het gebruik (= er moet een Beheerder-brandmeldinstallatie zijn, het logboek dient aanwezig te zijn en te worden gebruikt en er moet een onderhoudscontract (conform NEN 2654) zijn afgesloten).
NEN2535 Brandveiligheid van gebouwen - Brandmeldinstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen
NEN 2535 geeft eisen voor het ontwerp, de uitvoering, de compatibiliteit en de kwaliteit van het te installeren brandmeldsysteem. NEN 2535 is uitsluitend van toepassing op autonome brandmeldinstallaties in gebouwen die qua apparatuur en bekabeling niet worden geïntegreerd met andere systemen. NEN 2535 geeft samen met NEN-EN 54 een duidelijk beeld over brandmeldinstallaties.
NEN 2575 Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsinstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecterings- richtlijnen
NEN 2575 geeft eisen voor het ontwerp, de uitvoering, de compatibiliteit en de kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties. Waar mogelijk zijn de eisen aan de installatie als prestatie-eisen vastgelegd. NEN 2575 sluit aan op NEN 2535, die eisen geeft voor brandmeldinstallaties.
NEN 2654-1 Beheer, controle en onderhoud van brandbeveiligingsinstallaties - Deel 1: Brandmeldinstallaties
Bij brandmeldinstallaties is het belangrijk dat de beheerder zorgt dat het beheer, de controle en het onderhoud van de installatie op de juiste wijze plaatsvinden. NEN 2654-1 geeft aanwijzingen en eisen hiervoor. De gebruiker moet bijvoorbeeld een of meerdere personen aanwijzen die zijn opgeleid als beheerder Brandmeldinstallatie (BBMI).
NEN 2654-2 Beheer, controle en onderhoud van brandbeveiligingsinstallaties - Deel 2: Ontruimingsalarminstallaties
NEN 2654-2 geeft eisen voor het beheer, de controle en het onderhoud van ontruimingsalarminstallaties in gebouwen.